Wijzigingen regeling 1 januari 2019

Antwoorden op veelgestelde vragen

Terug naar het overzicht
  • Wat is er gewijzigd per 1 januari 2019?

    Je pensioen gaat niet omhoog per 1 januari 2019
    Lees hierover meer bij ‘Waarom gaan de pensioenen nu en de komende jaren niet omhoog?

    Je bouwt iets minder pensioen op
    De opbouw van je pensioen gaat omlaag. Dat betekent dat je minder pensioen opbouwt voor later (als je salaris niet wijzigt). (Lees hier meer over de som van je pensioen). Het gaat om het pensioen voor jezelf (ouderdomspensioen) en het pensioen dat je opbouwt voor je partner als je komt te overlijden (partnerpensioen).

    • Het opbouwpercentage voor je ouderdomspensioen daalt van 1,875% naar 1,768%.
    • Het opbouwpercentage voor het partnerpensioen daalt van 1,313% naar 1,238%.

    De franchise blijft gelijk
    Normaal gesproken stijgt deze elk jaar een beetje. Deze blijft in 2019 gelijk aan 2018 (€ 15.035).

    Jij en je werkgever gaan meer pensioenpremie betalen
    Je gaat meer pensioenpremie betalen. Dat zie je vanaf januari terug op je loonstrook. De premie gaat omhoog van 20% naar 20,6%. De verdeling tussen het deel wat jij betaalt en het deel dat je werkgever betaalt, blijft gelijk. Dus procentueel gaan jullie allebei evenveel meer betalen. Hoe dichter je bij je pensioen staat, hoe kleiner het effect is van deze wijziging.

    Uitzondering hierop zijn de werknemers die tot eind 2016 pensioen opbouwden bij het Coop Pensioenfonds. Ook hun premie gaat omhoog, maar voor hen geldt een andere verdeling.

    BPFL (excl voormalig Coop)

    2018

    2019

    Premie

    (% PG)

    Deel

    Premie

    (% PG)

    Deel
    Totaal 20,00% 100,00% 20,60% 100,00%
    Werkgeverspremie (minimaal) 14,23% 71,16% 14,66% 71,16%
    Werknemerspremie (maximaal) 5,77% 28,84% 5,94% 28,84%
    BPFL (voormalig Coop)

    2018

    2019

    Premie

    (% PG)

    Deel

    Premie

    (% PG)

    Deel
    Totaal 20,00% 100,00% 20,60% 100,00%
    Werkgeverspremie (minimaal) 13,64% 68,20% 14,35% 69,66%
    Werknemerspremie (maximaal) 6,36% 31,80% 6,25% 30,34%
  • Wie heeft dit besloten?

    De sociale partners (cao-partijen) hebben besloten tot de volgende wijzigingen per 1 januari 2019:

    • Het opbouwpercentage gaat omlaag.
    • De franchise blijft gelijk aan de franchise 2018 (€ 15.035).
    • De premie gaat omhoog.

    Daarnaast heeft het bestuur besloten:

    De pensioenen worden per 1 januari 2019 niet verhoogd.

    Met het oog op de financiële positie verwachten we dat we ook de komende jaren de pensioenen niet kunnen verhogen. Lees meer over de verhoging van je pensioen voor werknemers, oud-werknemers en gepensioneerden

  • Hoe en wanneer krijgen wij informatie?

    In december 2018 is een digitale nieuwsbrief verzonden aan werkgevers en aan deelnemers en gepensioneerden die ons hun e-mailadres al hebben doorgegeven. Verder staat er informatie op de website van BPFL.  Alle deelnemers krijgen verder begin 2019 een persoonlijke brief.

  • Waar vind ik een voorbeeld berekening?

    Op de pagina ‘som van je pensioen’ vind je meer uitleg, voorbeelden van sommen over hoe je pensioen berekend wordt, hoe je premie berekend wordt en wat er is gewijzigd.

  • Waarom wijzigt de regeling?

    De rente is laag. Daardoor zijn de pensioenen op dit moment extra duur. We moeten meer geld opzij zetten om voor iedereen een goed pensioen te regelen. De premie is niet voldoende om nieuwe pensioenopbouw van te betalen.

    Je kunt het een beetje vergelijken met een bankrekening. Stel je hebt over tien jaar € 10.000 nodig en je zet nu hiervoor een bedrag op een spaarrekening. Hoe groot moet dat startbedrag zijn? Dat hangt af van de rente:

    • Bij een hoge rente groeit je spaargeld sneller en kan het startbedrag lager zijn.
    • Bij een lage rente duurt het langer voordat je spaargeld wat meer wordt en is een hoger startbedrag nodig.

    Wij sparen niet, maar beleggen. Maar de lage rente heeft een zelfde effect op de verplichtingen van  ons pensioenfonds. Er moet genoeg geld zijn om alle toegezegde pensioenen uit te kunnen betalen. Nu, maar ook in de toekomst. Onze voorzitters geven meer uitleg in dit interview: “Een moeilijk besluit, voor jong en oud, waarbij we niet over één nacht ijs zijn gegaan.”

  • Heeft het fonds niet genoeg geld?

    Jawel, BPFL heeft nu wél voldoende geld om de pensioenen nu en in de toekomst te betalen. Er is geen extra geld voor verhoging van de pensioenen. En BPFL wil zoveel mogelijk voorkomen dat we het pensioen van jou en je collega’s moeten verlagen in 2021. Helemaal uitsluiten kunnen we het niet, maar de kans daarop is wel kleiner geworden. Lees meer hierover in het interview met onze voorzitters: “Een moeilijk besluit, voor jong en oud, waarbij we niet over één nacht ijs zijn gegaan.”

  • Waarom gaan de pensioenen nu en de komende jaren niet omhoog?

    De pensioenen gaan niet omhoog per 1 januari 2019. Verwachting is dat een verhoging van de pensioenen ook de komende jaren niet gaat lukken. Daarvoor moet het fonds veel geld verdienen met beleggen én de rente moet omhoog. Het ziet er niet naar uit dat de rente op korte termijn gaat stijgen.

    Het gaat ook om een eerlijke verdeling van de lasten over alle betrokken groepen. Door de pensioenen niet te verhogen, dragen gepensioneerden en oud-werknemers ook bij aan financieel herstel van ons fonds. Het pensioen dat wij niet extra uitkeren, blijft als buffer in de pot. Als gepensioneerden en oud-werknemers niet zouden bijdragen zou de rekening eenzijdig komen te liggen bij de werkgever en de werknemers die nu pensioen opbouwen. In dit interview leggen onze voorzitters uit hoe ze de belangen van alle deelnemers evenwichtig behartigd hebben met deze besluiten.

  • Gaat het fonds straks de pensioenen verlagen?

    Door deze maatregelen te nemen, is de kans op een verlaging eind 2021 afgenomen. Helemaal uitsluiten kunnen we dat niet. Veel hangt af van hoe onze financiële positie zich ontwikkeld in de komende jaren. Lees meer hierover in het interview met onze voorzitters: “Een moeilijk besluit, voor jong en oud, waarbij we niet over één nacht ijs zijn gegaan.”